zaterdag 25 oktober 2014

Universele energie en bewustzijn

                         Kosmische energie en Aarde energie



Als mens leef je op aarde energie en kosmische energie.

Er moet evenwicht zijn tussen aarde en kosmische energie.

Dit gebeurt doordat ze in je kern (meestal in de buik) vermengd raken.

Aardse energie gaat vanuit de aarde naar boven en kosmische energie gaat van boven naar beneden. 
Bij de mens gaat de aardse energie vanuit de voeten naar boven en de kosmische energie gaat via de kruin naar beneden. 
De ruggengraat is het kanaal waardoor beide energieën stromen.



De kern bevat de kosmische energie. De kern vangt deze op via het etherisch lichaam (een fijn netwerk). 
Aarde energie, die een hoog voltage heeft gaat dan een verbinding aan met de zwakstroom van de kosmische energie.

Via de warmte ontwikkeling die hieruit ontstaat krijg je een “verlichting”, wat aura genoemd wordt.
Dit is een voortdurend proces van transformatie, zodat leven oneindige groei en verandering is.


Uit de verbinding van aarde energie met kosmische energie ontstaat de levensstroom.

Anders gezegd, er is een positieve (+) en negatieve energie (-) die zich met elkaar verbindt. 
Hieruit ontstaat een spanningsveld op aarde, het elektromagnetische veld. 
Deze magnetische kracht bindt ons aan de aarde.



In oorsprong is alles kosmische energie. 
Ooit was er TAO, een onvoorstelbare volledigheid.

Volgens overleveringen is dit Totaal uit elkaar gesplitst in de meest grote - en de meest kleinste delen, die elk de TAO in zich dragen.

Het uiteindelijke doel is dat alle delen weer tot één TAO komen.



Aarde energie is heel lang geleden getransformeerde kosmische energie.

Deze energie is in de loop der tijd zwaarder geworden; het effect hiervan is de zwaartekracht.

De kosmische energie die tot ons komt moet daarom steeds weer getransformeerd worden, wil het leven hier op aarde blijven groeien en veranderen.  
De transformatie vindt plaats via aardse energie.

Als er geen goede transformaties plaatsvinden, ontstaan er blokkades. 
Hieruit ontstaan dan ziektes.


 

dinsdag 12 augustus 2014

Identificeren en geïdentificeerd zijn

Belangrijk bij het zoeken in jezelf is te ontdekken met welk deel van jezelf je geïdentificeerd bent.

Als je helemaal geïdentificeerd bent met de toestand waarin je zit, geloof je dat je dat helemaal bent. 
Dan zit je vast en je gaat steeds meer daar vanuit reageren, wat je toestand waarin je vast zit nog meer bevestigt.

Om te ontdekken waarmee je geïdentificeerd bent, moet je je aandacht richten op degene die deze identificatie waarneemt.
Want op het moment dat je iets identificeert, goed, slecht of neutraal, dan is degene die identificeert meer “jij” dan wat geïdentificeerd wordt.

Als je waarneemt waarmee je geïdentificeerd bent, ben je als waarnemer meer jezelf en kan je de leiding gaan nemen. 
Je neemt afstand en je kunt gaan erkennen en accepteren dat je in die toestand bent, maar je geloofd niet meer dat je dit alleen maar bent.
Op deze manier je bewustzijn richten, kan je de oorzaak zoeken van je verwarring of onzekerheid – je komt in beweging en dat geeft al een goed gevoel.

Meditatie en Imaginatie kunnen dit proces in gang brengen.
Belangrijk is tevens dat je je identificatie gaat leren zoeken bij je echte - of ware zelf. Daar ligt je eigen bron van oplossing voor al je problemen.
Ben je in verwarring of in conflict, vraag je dan af waarmee je je identificeert.
Als je naar binnen keert en die vragen stelt sla je een brug tussen de verwarde jij naar de jij die die naar antwoorden zoekt.

Door je te identificeren met je echte zelf ontstaat er rust en zekerheid.
Dit zelfvertrouwen geeft je de ruimte om te luisteren naar de antwoorden die uit jezelf gaan komen.
Uiteindelijk zul je, bij alle onvermijdelijke problemen die het leven biedt, je kunnen laten leiden door je ware, spirituele zelf.

maandag 2 juni 2014

Ideaalbeeld


Een ideaalbeeld is een innerlijk beeld die kunstmatig opgebouwd is en daardoor onecht. Hier is ongelukkig zijn en gebrek aan zelfvertrouwen onderling met elkaar verbonden.
 Hoewel het ideaal beeld ontwikkeld is om je gebrek aan zelfvertrouwen op te vijzelen werkt dit in je leven averechts uit.

Ten eerste kan je nooit aan je ideaalbeeld beantwoorden, met het gevolg dat je zelfvertrouwen nieuwe deuken oploopt.

Ten Tweede geeft je dat een schuldgevoel, omdat je onbewust weet dat je onecht bent. Schaamte en schuld ontstaan hierdoor omdat je iets pretendeert te zijn wat je niet bent.

Omdat dit proces niet bewust plaats vindt, ga je jezelf steeds opnieuw bewijzen. Tevens heb je waardering van anderen nodig om je gebrek aan zelfvertrouwen op te vijzelen, wat je erg afhankelijk maakt en je zelf verlies vergroot.

Zo ontstaat er een masker, een kunstmatige persoonlijkheid die opgebouwd wordt en die je de buitenwereld voorhoudt alsof dit de echte jij is. Vaak weet je dit zelf niet meer, omdat je er tevens kunstmatige emoties in vermengt om je masker echt te doen lijken.
Het ideaalbeeld regeert deze maskerade die je beter moet doen voor komen dan je in werkelijkheid bent. 

Daarbij is er een continue klimaat van kritiek op jezelf, het is nooit goed of genoeg wat je doet en bent, altijd meer en beter. Dit is moeilijk te dragen, dus je gaat de wereld of de ander de schuld geven.
Dan is er de teleurstelling dat dit systeem niet werkt en de schaamte erover. 
Dat wil je je niet bewust worden, want dat is te heftig, totdat je in een situatie terecht komt dat je onder deze last bezwijkt.

Uiteindelijk is jezelf te moeten bewijzen en jezelf afkraken, niet vol te houden, je wordt er dood moe van, ziek, depressief, ellendig. Een persoonlijke crisis is meestal meer hierop gebaseerd, dan op uiterlijke omstandigheden. Kijk bij angst en depressie naar je ideaalbeeld, op de manier hoe deze je tiranniseert.

Het ideaalbeeld moet je dus oplossen om je echte zelf te vinden, maar vaak stuit je direct op weerstanden, want je echte zelf is niet zo perfect als je ideaalbeeld wilt zijn. Echter volmaaktheid bestaat niet en de werkelijkheid is dat je onvolmaakt bent. 

Het beste is deze werkelijkheid accepteren, dat je bent zoals je bent met al je onvolmaaktheden, dat geeft rust en vrede met jezelf en geeft je de ruimte om verder in de werkelijkheid van jezelf te komen.

Voor coaching met innerlijke beelden:

dinsdag 12 november 2013

Metaforen vervolg


Metaforen zijn niet alleen beperkt tot kunst en literatuur, metaforen werken door in alle gebieden van het menselijk leven.
Zij doordringen ons dagelijks leven, onze gedachten; ze bepalen onze innerlijke beeldenwereld.
Metaforen hebben niet alleen een symbolische werking. Het denken in metaforen vormt onze kijk op de wereld om ons heen en is essentieel hoe we communiceren, leren en ontdekken.

Ofschoon we elke dag metaforen gebruiken zijn we ons er meestal niet van bewust dat we dit doen Als een metafoor eenmaal bezit van ons heeft genomen, laten we deze niet meer los en kan zo onbewust ons leven gaan bepalen.
Als we zeggen: “Ik zie wat je bedoelt”, dan “zie” je absoluut niets als je dat zegt.

“Metafoor” is afgeleid van het Griekse woord “meta” (boven – over) en “phor” (dragen), dus, “over – dragen”. Zo beschrijft een metafoor een ding in termen van iets geheel anders.
Een metafoor draagt als zodanig de naam via de bron over naar het doel die ze dient.
Als Shakespeare in Romeo en Juliet schrijft:
“Juliet is de zon”, dan is Juliet het doel en de bron is de zon.
“Juliet is de zon”: dan straalt “Juliet” niet alleen warmte uit, maar geeft ook helderheid en is zij het centrum van het universum.
 Metaforen zijn essentieel om complexe toestanden te beschrijven, zoals emoties en abstracte concepten.

Een metafoor is de schepper van patronen. Ons brein is ingesteld op patronen. 
Als we ergens een patroon in iets ontdekken en deze wordt tot tevredenheid herhaalt, dan reageren de neurotransmitters al snel op andere soortgelijke patronen.
Deze patronen kunnen ook misleidend zijn als we patronen gaan zien waar ze niet zijn.
Zo kan onze neiging tot patroonvorming het beoordelingsvermogen aantasten.

In de financiële wereld bv, kunnen de koersen van aandelen naar beneden gaan (koersen zijn dan nummers en bewegingen). Als ons brein daar een “patroon” in ziet, dan kunnen we in paniek raken omdat onze aandelen niets meer waard worden en willen we snel onze aandelen verkopen.
Terwijl als iedereen verkoopt, de aandelen zo goedkoop worden, dat je ze beter kan kopen.

Freud 's verbale techniek en de Rorschachtests met inktvlekken om associaties te stimuleren is een ander voorbeeld hoe het brein patronen wil zien.
Of als we in de lucht kijken en zien wolken voorbij drijven, kunnen we daar allerlei dierlijke figuren in zien.
Jung had ook zijn vrije associatie techniek: “Actieve Imaginatie” gericht op het proces van innerlijke beelden: Als we ons concentreren op een innerlijk beeld en we laten de natuurlijke stroom zijn gang gaan, dan produceren wij meerdere beelden totdat een compleet verhaal ontstaat.

Dit innerlijke verhaal is er altijd en als we daar onbewust van blijven dan beïnvloedt dit ons leven zonder dat we het weten.
Als je je leven ziet in een patroon van metaforen die een strijd inhouden, een reis, een overlevingsstrijd e.a. , dan ziet je leven er ook zo uit.
Daarom is het belangrijk je metaforen en je patroonvorming bewust te maken.

donderdag 22 november 2012

Metaforen


Metaforen geven vorm aan hoe we de wereld zien.
Door het gebruik van metaforen geven we betekenis aan onze wereld en ieder mens heeft zijn eigen subjectieve ervaringen daarbij.

Hoewel ons leven vol zit met metaforen, herkennen we ze veelal niet, omdat ze tot gewoonte zijn geworden. 
Hun invloed vindt daarom op onbewust niveau plaats.

Aristoteles gaf zijn klassieke definitie:  

“Een metafoor beschrijft een ding in termen van iets anders”.
Bijvoorbeeld: 
Het regende pijpenstelen, of hagelstenen zo groot als golfballen. 

We geven dus iets een naam die van een ander terrein wordt weggehaald.
Als iemand voor mij als een zonnetje in huis is, dan druk ik hiermee uit dat iemand warm is, centraal in mijn universum staat, helder schijnt en alles verlicht....
Zo krijgen metaforen een complexe lading qua associaties en betekenis.

Metaforen zijn essentieel voor zowel het uitdrukken van emoties, abstracte concepten als complexe ideeën.
Dit goed kunnen lezen bij anderen is voorwaarde voor een goede communicatie.
Zo heeft elk woord iets van een metafoor: 
Een auto heeft paardenkracht en een economie kan in een depressie zitten.

In gebaren zitten ook metaforen, een “duim omhoog” betekent dat je iets waardeert. Zo'n metafoor drukt een gevoel van welbevinden uit en geeft de ander persoon ook datzelfde gevoel.
Zo heeft een metafoor een directe verbinding met lichaamstaal, gezichtsuitdrukkingen - fysiek uitbeelden van wat je bedoelt. Of in een woord: een flessenhals, riviermond.

Zo geven we emotionele en expressieve kwaliteiten aan levenloze objecten, een zon die lacht, wolken die dreigend zijn, of tegen je auto praten (zo ouwe jongen, we gaan weer eens lekker tegenaan)... of plezierige gevoelens krijgen bij de stem van je gps.
Een goed werkende metafoor heeft een visueel aspect. Je zou deze heel goed kunnen schilderen of tekenen.

De metafoor schept gewoontepatronen, dus het is essentieel om bewust te worden van de invloed van metaforen op je leven. Problemen beginnen als een metafoor patronen gaat scheppen die er niet zijn.

Jung: “Als we ons concentreren op een innerlijk beeld en laten het onbewuste open, dan komen er meer beelden die met dat innerlijk beeld te maken hebben.
De mensen die het minst bewust zijn van hun onbewuste processen, zijn er het meest door beïnvloed.”